• Header STEE sluisje
  • Header Wmo
  • Header WOE Halsteren
  • Header jeugd
  • Header BOZ peperbus
  • Header werk
  • Header STEE NwVoss

Veelgestelde vragen


Vind uw vraag en antwoord op basis van trefwoord(en)
Algemene vragen over aanpak Brabantse Wal
Voor uw hulp- of ondersteuningsvraag kunt u terecht bij het loket van uw eigen gemeente. De actuele contactgegevens en het bezoekadres van uw gemeente vindt u op de pagina Contact.
Op 1 januari 2015. Dan krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheden op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en Participatie. Passend onderwijs is per 1 augustus 2014 ingegaan.
De taken van Jeugdhulp, Maatschappelijke ondersteuning, Werk& Inkomen en Passend onderwijs komen naar de gemeenten.
Samen kijken we naar uw behoefte aan ondersteuning en zorg en hoe we dit kunnen regelen. We kijken naar wat u zelf kunt doen en of er mensen zijn in uw omgeving die u kunnen helpen. Wanneer u daarmee niet geholpen bent, kijken we hoe de gemeente u kan helpen. Op die manier krijgt u de hulp die u nodig heeft, specifiek voor uw situatie.
Dan gaan we op zoek naar een andere oplossing. Mogelijk zijn er voorzieningen waar u mee bent geholpen en anders gaan we op zoek naar organisaties die u kunnen helpen.
Samen gaan we op zoek gaan naar passende zorg of ondersteuning. Wel kijken we waar het goedkoper kan.
Ja, vanaf 2015 is er één centraal aanspreekpunt voor u. Namens de gemeente krijgt u één persoon toegewezen die met een integraal plan voor het gehele gezin de regie kan houden op de begeleiding en hulp van het gezin.
De nieuwe situatie zorgt er voor dat u met minder regels te maken krijgt als u ondersteuning nodig hebt.
De gemeente krijgt deze taken erbij van de landelijke overheid, net als alle andere gemeenten in Nederland. De gemeente is voor u dichtbij, kent de situatie in Bergen op Zoom en kent de lokale aanbieders. De gemeente stuurt alle zorgaanbieders aan. Dat is overzichtelijker en betekent minder kosten om zorg en ondersteuning te organiseren. Zo is meer maatwerk mogelijk tegen minder kosten.
Dit doen we natuurlijk niet alleen, maar samen in overleg met zorgaanbieders. We gebruiken hun jarenlange ervaring voor het organiseren van de zorg en ondersteuning.
We krijgen van de landelijke overheid minder geld als je het vergelijkt met 2014. We gaan de zorg en ondersteuning slimmer organiseren zodat het ook goedkoper kan. En we kijken naar wat u zelf kunt.
Als u een hulpvraag hebt, kijken we daar samen naar. Als we tot de conclusie komen dat u hulp nodig hebt, dan krijgt u die. We kijken daarbij wat u zelf kunt regelen. Zodat de hulp die u ontvangt beter past bij uw eigen mogelijkheden. Dat kan ook betekenen dat u zelf zaken gaat regelen waar u nu nog ondersteuning voor ontvangt.
Meer algemene informatie: www.degemeente.nl
Meer informatie over de jeugd: www.voordejeugd.nl, www.voordejeugdwestbrabantwest.nl
Meer informatie over de wmo: www.invoeringwmo.nl
Meer informatie over de zorg: www.hoeverandertmijnzorg.nl, www.dezorgverandertmee.nl, www.zorgverzekering2015.com
Meer informatie over de participatiewet: www.samenvoordeklant.nl, www.isdbrabantsewal.rechtopbijstand.nl
U kunt hiervan een melding maken bij de GGD. Dat kan via Meldpunt@ggdwestbrabant.nl, 076 - 528 22 61 of www.ggdwestbrabant.nl/Over-GGD/Contact/Meldpunt-Zorg-en-Overlast
Jeugd
Per 1 januari 2015 wordt de gemeente verantwoordelijk voor:
  • Alle vormen van jeugdhulp, inclusief specialistische hulp, zoals: jongeren met een verstandelijke beperking (jeugd-vb), geestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz), zorg voor jeugd in een gesloten instelling (jeugdzorgPlus)
  • de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen
  • de uitvoering van de jeugdreclassering
  • advies en verwerking van meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling
Jeugdigen die in 2014 in zorg zitten, hebben recht op zorg volgens hun indicatie bij dezelfde zorgaanbieder voor de duur van hun indicatie tot uiterlijk 31 december 2015. Voor wachtlijstcliënten geldt dat zij recht hebben op de zorg die in de indicatie staat vermeld. Tot 1 januari 2016 verandert er voor de huidige cliënten dan ook niets.
Wanneer u de mogelijkheid heeft om uw zorg zelf te regelen, dan bent u vrij dat te doen. Wanneer u hierbij hulp nodig heeft, kijken we samen met u naar de mogelijkheden in uw omgeving en waar professionals u kunnen ondersteunen. Uw gemeente zorgt ervoor dat u bij opvoed- en opgroeivragen, zorgen over uw kind of problemen terecht kunt bij jeugdhulpprofessionals in de gemeente.
Nee, ook als u meer ondersteuning of professionele hulp nodig hebt, krijgt u één contactpersoon toegewezen. Hiermee willen we voorkomen dat een gezin te maken heeft met verschillende hulpverleners waarbij steeds opnieuw uitgelegd moet worden waarom hulp nodig is.
Ja, de contactpersoon van het gezin kan, in overleg met het gezin, bij ernstige of bijzondere problemen er specialistische hulp bij halen. Maar waar of door wie het kind ook geholpen wordt, de contactpersoon van het gezin blijft altijd betrokken als aanspreekpunt.
Nu kunt u voor indicatie, informatie en advies terecht bij Bureau Jeugdzorg. Vanaf 2015 gaat u hiervoor naar het CJG, daar werken ervaren professionals die met u het gesprek aangaan over al uw vragen.
Nee, jeugdhulp wordt niet door gemeenteambtenaren uitgevoerd. Gemeenten gaan de jeugdhulp zo organiseren dat het altijd deskundigen en huisartsen zijn die zich bezighouden met de hulp en zorg voor het kind. Er zijn straks hulpverleners werkzaam in zorgteams die samen met het gezin problemen in kaart brengen en zorgen dat de juiste deskundige wordt ingezet. Gemeenten organiseren de hulp en ondersteuning volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. Zo wordt er samen met het gezin gekeken naar wat er nodig is om het kind optimale ondersteuning te bieden. De zorg wordt vanzelfsprekend uitgevoerd door hulpverleners, niet door gemeenteambtenaren.
Als iemand hulp nodig heeft, wordt deze via professionals in de gemeentelijke toegang of via de huisarts, Jeugdarts of medisch specialist doorverwezen. De gemeente is hiertoe verplicht een toegangsfunctie in te richten. Burgers kunnen dan in hun eigen wijk of gemeente met een hulpvraag naar bijvoorbeeld een Centrum voor Jeugd & Gezin. De professional bij de toegang kijkt samen met het gezin wat er nodig is en hoe professionele hulp kan worden ingericht om het kind en gezin goed te ondersteunen. Doen wat nodig is, met het belang en de veiligheid van kind en het gezin als uitgangspunt.
Gezinnen krijgen zorg die nodig is voor hun kind (en waar nodig voor het gezin/opvoeder). Het kan wel zijn dat die zorg in overleg met het gezin in de toekomst anders wordt ingericht. Op maat: wat nodig is. Gespecialiseerde zorg blijft voorradig voor hen die dat nodig hebben. Zorgcontinuïteit wordt geboden aan cliënten. Als dit redelijkerwijs mogelijk is bij de huidige instelling.
In principe niet. Het uitgangspunt is ondersteuning zo licht en zo dichtbij mogelijk in te kopen. Dus in principe kunt u zorg inkopen bij een organisatie binnen de gemeente/regio. In uitzonderlijke situaties wordt zorg buiten de gemeente/regio geboden. We adviseren u om uw vraag in uw gesprek met ons aan de orde te stellen.
Passend onderwijs
Passend onderwijs gaat uit van de mogelijkheden van kinderen, in plaats van eventuele beperkingen. Met passend onderwijs willen we zoveel mogelijk kinderen onderwijs laten volgen op een gewone school in hun buurt. Zo kunnen ze het beste meedoen in de samenleving. Voor kinderen die dat echt nodig hebben, blijft het speciaal onderwijs bestaan. Kijk op http://www.passendonderwijs.nl/nieuws/animatiefilmpje-passend-onderwijs-3-minuten-2/ voor meer informatie.

Kijk voor meer informatie ook op de website van het Samenwerkingsverband passend onderwijs Brabantse Wal.
In eerste instantie neemt u contact op met de school. Als u er niet uitkomt met de school dan kunt u terecht bij coördinator of directeur van het samenwerkingsverband.

Kijk voor meer informatie ook op de website van het Samenwerkingsverband passend onderwijs Brabantse Wal.

U meldt uw kind schriftelijk aan bij de school van uw voorkeur. Daarbij geeft u aan dat uw kind extra ondersteuning nodig heeft. Dit moet minimaal 10 weken voordat het nieuwe schooljaar begint.
Ja speciaal onderwijs blijft bestaan.

Kijk voor meer informatie ook op de website van het Samenwerkingsverband passend onderwijs Brabantse Wal.

Het is niet zo dat het reguliere onderwijs sinds 1 augustus 2014 wordt overladen met leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Het speciaal onderwijs blijft bestaan en passend onderwijs gaat niet gepaard met bezuinigingen.

Kijk voor meer informatie ook op de website van het Samenwerkingsverband passend onderwijs Brabantse Wal.

In gesprek met de huidige schoolleiding gaat u op zoek naar oplossingen. Komen u en de school er samen niet uit? Dan kunt u gebruik maken van advies en ondersteuning van een onafhankelijke partij, bijvoorbeeld een medewerker van het Centrum Jeugd en Gezin.

Kijk voor meer informatie ook op de website van het Samenwerkingsverband passend onderwijs Brabantse Wal.

PGB
Het PGB zoals u het nu kent, blijft niet bestaan. U ontvangt straks geen geld op uw eigen bankrekening. In plaats daarvan kunt u een bepaald bedrag besteden bij zorgaanbieders. U koopt dan uw ondersteuning zelf in. De zorgaanbieder wordt vervolgens betaald door de Sociale Verzekeringsbank. Deze nieuwe regeling wordt ook wel budget met trekkingsrecht genoemd.
Koopt u nu zelf AWBZ-zorg in voor uw kind? In de Jeugdwet blijft een persoonsgebonden budget (pgb) mogelijk. Om in aanmerking te komen moet u aangeven waarom zorg in natura niet geschikt is in uw situatie. Verder moet u voldoen aan deze voorwaarden:
  • U moet een pgb kunnen beheren (ondersteuning inkopen, hulpverleners aansturen).
  • U moet zorg inkopen die goed en veilig is.
De gemeente zal u eerst een 'maatwerkvoorziening' aanbieden (ondersteuning in natura). U moet bekijken of die maatwerkvoorziening geschikt is. Bijvoorbeeld door te overleggen met de organisatie die de maatwerkvoorziening zou leveren. Is die voorziening niet geschikt? Dan schrijft u op hoe u dit onderzocht heeft. En waarom het persoonsgebonden budget echt nodig is in uw situatie.
Ondersteuning inkopen met een pgb komt soms duurder uit dan de ondersteuning in natura. De gemeente mag dan besluiten om het bedrag van uw pgb gelijk te stellen aan de kosten van de ondersteuning in natura. U betaalt de extra kosten dan zelf.
In principe kunt u ondersteuning uit het eigen sociale netwerk blijven inkopen. Dit zijn bijvoorbeeld ouders, andere familieleden, buren, enzovoort. Gemeenten kunnen hier wel eisen aan stellen. Uw gemeente kan aangeven in welke situaties en onder welke voorwaarden u het pgb in het sociale netwerk mag besteden.
Wmo
Vanaf 1 januari 2015 krijgen gemeenten een brede verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning van zelfstandig thuiswonende mensen die beperkt zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving. Het gaat om mensen met een beperking, een chronische ziekte of met psychische, psychiatrische of sociale problemen. De maatschappelijke ondersteuning die gemeenten nu al bieden op grond van de Wmo wordt per 1 januari 2015 uitgebreid met ondersteuning op het gebied van begeleiding, kortdurend verblijf, beschermd wonen. Daarnaast wordt de hulp bij het huishouden anders vormgegeven.
Binnen de Wmo staan de mogelijkheden van een persoon en zijn omgeving centraal. Ervaart u een probleem en kunt u niet meer voldoende deelnemen aan de samenleving, dan kunt u hiervan een melding doen bij de gemeente. Nadat we de vraag verhelderd hebben, bekijken we samen uw mogelijkheden en we brengen uw omgeving/sociale netwerk in kaart. Ook bekijken we de mogelijkheden voor vrijwilligers of algemene voorzieningen. Lost dit het probleem niet (volledig) op, dan bekijken we of we het probleem kunnen oplossen door middel van maatschappelijke ondersteuning die geregeld wordt via de Wmo.
De Wmo 2015 is er voor mensen die hulp nodig hebben om thuis te kunnen blijven wonen. Dat heet ook wel hulp bij het zelfredzaam zijn. Die hulp is nodig omdat het alleen of met hulp van de omgeving niet (meer) lukt. De Wmo 2015 is er ook voor mensen die hulp nodig hebben om mee te doen aan de samenleving. Dat heet ook wel hulp bij participatie. Ook deze hulp is nodig omdat het alleen of met hulp van de omgeving niet lukt.
De ondersteuning in het huishouden was al onderdeel van de Wmo. In 2015 wordt de Wmo uitgebreid. Dan krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheden. Gemeenten moeten bijvoorbeeld zorgen dat u zo lang mogelijk thuis kunt blijven wonen. En dat u andere mensen kunt blijven ontmoeten. De gemeente bekijkt samen met u welke hulp u precies nodig heeft. Uw gemeente kan u een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening aanbieden. Ook kan uw gemeente een persoonsgebonden budget (pgb) geven. Een algemene voorziening is er voor alle burgers. Voorbeelden zijn een koffieochtend in het buurthuis, de boodschappenbus of de maaltijdservice. Of vervoer voor alle burgers van 75 jaar en ouder. Een maatwerkvoorziening is afgestemd op één persoon. Voorbeelden zijn een scootmobiel of begeleiding bij de administratie.
Heeft u een indicatie voor AWBZ-begeleiding die nog geldig is op 1 januari 2015? Dan geldt de overgangsregeling voor u. U houdt uw begeleiding tot uiterlijk 1 januari 2016, maar uw begeleiding kan al eerder stoppen. Dit is afhankelijk van de einddatum van uw AWBZ-indicatie.
  • Einddatum in de loop van 2015: u houdt uw begeleiding totdat uw indicatie afloopt.
  • Einddatum 1 januari 2016 of later: u houdt uw begeleiding tot 1 januari 2016. Ruim op tijd krijgt u een uitnodiging voor een vervolggesprek.
De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt de zorg voor mensen (jeugd en volwassenen) die blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig hebben. Zij hebben nu in de AWBZ een indicatie voor zorg met verblijf (een zorgzwaartepakket).
Dan kunt u hiervoor contact opnemen met de gemeente/Vraagwijzer. Uitgangspunt is dat u zo lang mogelijk thuis ondersteuning en zorg krijgt. Daarbij kijken we altijd eerst wat voor hulp u in uw eigen sociale netwerk kunt regelen. Is dit niet voldoende wordt er gekeken of algemene voorzieningen (bijv. maaltijddiensten) hierbij kunnen helpen en als dat niet voldoende blijkt te zijn wordt er gekeken naar maatwerkvoorzieningen (bijv. hulp bij het huishouden, rolstoel, scootmobiel).
Iedereen die ondersteuning nodig heeft, krijgt ondersteuning. Dus ook als u een hoog inkomen of veel vermogen heeft. Wel kan het zijn dat u een hogere eigen bijdrage moet betalen als u meer inkomen of vermogen heeft.
De mogelijkheid om zelf ondersteuning in te kopen op basis van een persoonsgebonden budget blijft gewoon bestaan. Maar alleen als u voldoet aan twee voorwaarden. De eerste is dat u het budget goed moet kunnen beheren. De tweede is dat u met het budget veilige en goede ondersteuning moet inkopen. Wat wel nieuw is, is dat de sociale verzekeringsbank de betalingen aan uw zorgleverancier verzorgt.
Voor maatschappelijke ondersteuning kunt u terecht bij uw gemeente. Voor zorg kunt u vanaf 2015 bij uw zorgverzekeraar terecht. Het gaat dan om zorg die samenhangt met geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Maatschappelijke ondersteuning is hulp gericht op zelfredzaamheid of participatie. Dat kan bijvoorbeeld hulp bij het huishouden, begeleiding of dagbesteding zijn. Zorg is verpleging of verzorging thuis.
Als u deze hulp aanvraagt, onderzoekt de gemeente eerst de gebruikelijke hulp. De gemeente kijkt wat uw partner en/of kinderen kunnen doen in het huishouden. De professionele hulp bij het huishouden is bedoeld als aanvulling daarop. U krijgt hulp bij het huishouden alleen als uit het onderzoek blijkt dat u de hulp echt nodig heeft. Om thuis te kunnen blijven wonen (zelfredzaamheid) of om mee te doen aan de samenleving (participatie).
Ja, dat kan. Voor de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen zijn er landelijke regels. Een maatwerkvoorziening is hulp die is afgestemd op de persoonlijke situatie van een cliënt. Binnen de landelijk regels kan de gemeente zelf bepalen of een eigen bijdrage betaald moet worden en hoe hoog deze is. De eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van de cliënt en zijn of haar partner. Mensen die meer verdienen of meer eigen vermogen hebben, betalen een hogere eigen bijdrage. In de gemeentelijke verordening staat of en hoe de gemeente de eigen bijdrage vaststelt. Voor algemene voorzieningen kan de gemeente ook een eigen bijdrage vragen. Hiervoor zijn geen landelijke regels.
Het CAK berekent en int de eigen bijdrage.
De regering heeft de Compensatie eigen risico (Cer) voor zorgkosten afgeschaft. Dat betekent dat deze compensatie dit jaar niet meer wordt uitbetaald. De compensatie was voor mensen met hoge zorgkosten die het volledige eigen risico van de zorgverzekering moesten betalen. In bepaalde gevallen kon u daarvoor een jaarlijks geldbedrag ontvangen. In 2013 was dit 99 euro. Deze bijdrage werd jaarlijks in het najaar uitbetaald door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
De Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) wordt met terugwerkende kracht door de regering afgeschaft per 1 januari 2014. Maar omdat de Wtcg altijd achteraf wordt uitbetaald, wordt de tegemoetkoming over gemaakte kosten in 2013 dit jaar nog wel overgemaakt. De beschikking krijgt u vanaf oktober, de tegemoetkoming over 2013 kunt u in december 2014 verwachten.
De regelingen werken niet zoals bedoeld was. Daarom heeft de regering besloten deze regelingen af te schaffen. Uit onderzoek is gebleken dat de regelingen soms bij mensen terechtkomen die het niet nodig hebben, en ook dat mensen die het wel nodig hebben er juist geen recht op hebben.
De gemeenten op de Brabantse Wal bieden een collectieve ziektekostenverzekering aan voor mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten. Kijk op www.gezondverzekerd.nl of u in aanmerking komt voor deelname aan deze verzekering. Aan het eind van elk kalenderjaar kunt u overstappen.
Ja, de landelijke fiscale regeling voor de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten blijft bestaan, maar wel in aangepaste vorm. Deze regeling wordt uitgevoerd door de belastingdienst. Voor meer informatie hierover kunt u kijken op www.belastingdienst.nl onder ‘aftrek ziektekosten’
Meerkosten zijn extra kosten die u maakt door uw ziekte en/of beperking. Voor meer informatie kunt u kijken op www.meerkosten.nl
Meer informatie vindt u op www.dezorgverandertmee.nl
Huishoudelijke Hulp Toelage
Sinds 1 januari 2015 is er veel veranderd in de zorg. De gemeenten in Nederland hebben te maken met flinke bezuinigingen op de zorg en krijgen tegelijkertijd meer verantwoordelijkheden van het Rijk. Dit betekent dat gemeenten eerst gaan kijken wat u zelf, met behulp van uw omgeving, kunt doen. Er wordt minder snel beroepsmatige hulp gegeven. Voor de zorgaanbieder betekent dit weer dat de werkgelegenheid voor het onderdeel huishoudelijke ondersteuning onder druk staat. Om deze werkgelegenheid en de ondersteuning te behouden heeft het Rijk de Huishoudelijke Hulp Toelage ofwel HHT in het leven geroepen. Deze regeling geldt voor 2015 en 2016. De HHT kan onder bepaalde voorwaarden worden ingezet voor het inkopen van (extra) uren huishoudelijke ondersteuning.
Huishoudelijke ondersteuning op de Brabantse Wal wordt geleverd door de zorgaanbieders: Axxicom, DAT, Surplus-Groep/ Nuevo, Privazorg, TSN, TWB en Tzorg.
• Personen die reeds Huishoudelijke Ondersteuning van de gemeente ontvangen (Wmo).
• Mantelzorgers die geregistreerd staan (of bereid zijn zich in te laten schrijven) bij het mantelzorgsteunpunt.
U kunt hierbij denken aan de jaarlijkse grote schoonmaak, het opruimen van de zolder of kelder, het zemen van alle ramen en dergelijke. Let op, het is wel belangrijk dat u al Huishoudelijke Ondersteuning op basis van de Wmo ontvangt. Alleen dan kunt u een verzoek indienen voor HHT.

De HHT voor mantelzorgers kan worden ingezet om de mantelzorger te ontlasten. Stel dat u als mantelzorger het huishouden verzorgt bij iemand, dan kunt u de HHT inzetten om u hierbij (tijdelijk) te ondersteunen. Ook kan de HHT worden ingezet als de mantelzorger niet meer aan de eigen huishoudelijke taken toekomt, omdat het verlenen van mantelzorg (te) veel tijd kost.
De gemeente hanteert een richtlijn van maximaal twee uur per week waarop u een beroep kunt doen op de HHT. Per uur bent u in 2015 een eigen betaling verschuldigd van € 10,00 en in 2016 van €12,50. Deze eigen betaling staat los van de eigen bijdrage die u verschuldigd bent op grond van de Wmo. Deze kosten worden door de zorgaanbieder rechtstreeks bij u in rekening gebracht. Hiervoor kan geen bijzondere bijstand worden verstrekt.
Om in aanmerking te komen voor de HHT kunt u contact opnemen met uw zorgaanbieder. Zij bekijken samen met u naar de mogelijkheden.
Uw gemeente heeft een maximaal budget dat kan worden ingezet voor het kalenderjaar 2015 en 2016 voor de Huishoudelijke Hulp Toelage. Als dit bedrag is bereikt, kan voor het betreffende kalenderjaar geen HHT meer worden toegekend.
Misverstanden over de Wmo 2015
Gemeenten mogen cliënten geen ondersteuning weigeren. Dus ook niet omdat ze een hoog inkomen of veel vermogen hebben. Gemeenten mogen wel een hogere eigen bijdrage vragen aan cliënten met meer inkomen of vermogen. Maar nooit hoger dan de eigen bijdrage volgens het uitvoeringsbesluit Wmo. In het uitvoeringsbesluit staan regels voor de eigen bijdrage. Die regels gelden voor alle gemeenten. Gemeenten mogen maar op één manier afwijken van de regels in het uitvoeringsbesluit: ze mogen een lagere bijdrage vragen, geen hogere. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de leeftijd en de gezinssamenstelling. Het CAK int de eigen bijdrage.
De Wmo 2015 stelt hulp door kinderen, vrienden of buren niet verplicht. Ze zijn dus nooit verplicht om te helpen. Gemeenten mogen wel onderzoeken of het sociale netwerk u kan helpen. De gemeente kan ook rekening houden met deze hulp als ze een aanbod doet aan de cliënt. In het gesprek met de cliënt moet de gemeente ook vragen of de mantelzorger hulp nodig heeft bij het uitvoeren van zijn taken.
De Wmo 2015 biedt wel rechtszekerheid voor cliënten en beschermt hen tegen willekeur van gemeenten. Als iemand zich meldt met een vraag om hulp, moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie van de cliënt. De gemeente gaat met de cliënt en de eventuele mantelzorger in gesprek. Een gratis cliëntondersteuner kan de cliënt helpen in dit gesprek. Blijkt uit dit onderzoek dat de cliënt niet kan meedoen in de samenleving of niet zelfredzaam is? Ook niet met hulp van zijn netwerk of door algemene voorzieningen te gebruiken? Dan moet de gemeente een maatwerkvoorziening aanbieden. Algemene voorzieningen zijn er voor alle burgers. Voorbeelden zijn een koffieochtend in het buurthuis, de boodschappenbus of de maaltijdservice. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening. Voorbeelden zijn een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Als de cliënt de maatwerkvoorziening niet passend vindt, kan hij bezwaar aantekenen bij de gemeente. En daarna eventueel naar de rechter gaan.
In de wet staat dat de gemeente maatschappelijke ondersteuning moet bieden als iemand niet zelf of met hulp van zijn netwerk kan meedoen in de samenleving of zelfredzaam kan zijn. Gemeenten moeten altijd aan deze wettelijke plicht voldoen. Ook als het geld op is.
Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen als ze niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam kunnen zijn. Voor sommige mensen is een activiteit in het buurthuis passend. Bijvoorbeeld een koffieochtend bezoeken om eenzaamheid te voorkomen. Voor andere mensen is gespecialiseerde dagbesteding nodig. Bijvoorbeeld om te leren hoe ze structuur aanbrengen in hun dag. In dat geval moeten gemeenten gespecialiseerde dagbesteding aanbieden. Uit het onderzoek dat de gemeente doet, blijkt welke ondersteuning passend is voor een cliënt.
Gemeenten hoeven het onderzoek naar de persoonlijke situatie van cliënten niet zelf uit te voeren. Ze kunnen dit uitbesteden aan een andere organisatie. Vaak zijn dit externe organisaties die ervaring hebben met zulke onderzoeken. Ook willen veel gemeenten gaan werken met sociale wijkteams. Dan doen professionals uit het sociale wijkteam het onderzoek. Gemeenten kunnen de onderzoeken ook zelf uitvoeren. Dan moet de gemeente mensen opleiden of in dienst nemen. Zodat er voldoende kennis is om goed onderzoek te doen.
Mensen die al in een verzorgingshuis wonen, mogen hier blijven. Ze worden niet gedwongen om weer zelfstandig thuis te gaan wonen. Ze houden hun recht op een plaats in een instelling. Mensen moeten misschien wel verhuizen naar een ander verzorgingshuis. Omdat hun eigen verzorgingshuis gaat sluiten. Bijvoorbeeld omdat er te weinig mensen wonen of omdat het gebouw te oud is. Vanaf 2015 worden de voorwaarden voor wonen in een instelling strenger. Die voorwaarden gelden dan voor nieuwe cliënten. Dit is het gevolg van het kabinetsbeleid om mensen langer thuis te laten wonen.
Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen die niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam zijn. De bui van de Wmo-consulent mag geen invloed hebben op deze wettelijke taak. Daarom staan in de wet regels voor een juiste behandeling van cliënten. Bijvoorbeeld hoe gemeenten het onderzoek moeten uitvoeren. En dat cliënten zich kunnen laten helpen door een cliëntondersteuner. En dat een cliënt bezwaar en beroep kan aantekenen als hij het aanbod van de gemeente niet passend vindt.
Na onderzoek kunnen gemeente een cliënt een maatwerkvoorziening aanbieden. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening. Voorbeelden zijn een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Mensen die een maatwerkvoorziening krijgen, kunnen kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). Maar alleen als ze voldoen aan twee voorwaarden. De eerste is dat de cliënt het pgb goed moet kunnen beheren. De tweede is dat de cliënt met het pgb veilige en goede ondersteuning moet inkopen.
Gemeenten krijgen geen medische dossiers te zien. De gemeente mag bijvoorbeeld alleen weten dat iemand een indicatie voor de nieuwe Wet langdurige zorg heeft. De gemeente krijgt niet te zien wat er in het dossier staat. De gemeente mag alleen gegevens bekijken als u daar toestemming voor geeft. En alleen als het voor uw aanvraag voor hulp belangrijk is. Bovendien hebben alle artsen, ook de huisarts, een medisch beroepsgeheim.
Gemeenten krijgen gegevens om de juiste ondersteuning te kunnen regelen per cliënt. Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) en zorgkantoren leveren een selectie van de indicatie en declaratiegegevens. Toestemming van de cliënt is voor deze overdracht niet nodig. Nadat uw gemeente uw gegevens heeft ontvangen kan de gemeente contact met u opnemen om bijvoorbeeld te praten over uw ondersteuning.
Zijn die gegevens wel nodig voor een goede beoordeling van uw ondersteuningsbehoefte? Dan zal de gemeente u vragen die gegevens aan te leveren. Of uw toestemming vragen om die gegevens op te vragen bij bijvoorbeeld de aanbieder.
Mantelzorg
 Het mantelzorgcompliment was een vergoeding (€ 200,-) voor mantelzorgers als blijk van waardering voor de langdurige en intensieve zorg die zij verlenen aan een familielid, partner, vriend of kennis. Het mantelzorgcompliment werd verstrekt op verzoek van de cliënt aan zijn of haar mantelzorger. Tot 2015 mocht de cliënt elk jaar één mantelzorgcompliment uitdelen, dit moest wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) voerde de regeling uit en maakte het bedrag over aan de mantelzorger van de cliënt.
 Het mantelzorgcompliment is per 1 januari 2015 komen te vervallen. Dit omdat de grondslag voor het toekennen van het mantelzorgcompliment wegvalt. De grondslag was de indicatie op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze wet is per 1 januari 2015 vervangen door de nieuwe Wet langdurige zorg (Wlz), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en Zorgverzekeringswet.
 De Rijksoverheid vindt het belangrijk dat mantelzorgers ondersteund en gewaardeerd worden. Zij hebben daarom in de nieuwe Wmo, waarin gemeenten verantwoordelijk worden voor de ondersteuning van mantelzorgers, vastgelegd dat gemeenten in hun beleid dienen te bepalen op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijks blijk van waardering voor de mantelzorgers.
 Gemeenten zijn per 1 januari 2015 verantwoordelijk geworden voor het waarderen van mantelzorgers. Hoe deze waardering eruit moet zien is nergens vastgelegd. Het mag een geldbedrag zijn, zoals dat bij het mantelzorgcompliment het geval was, maar het kan ook bestaan uit een bijvoorbeeld een extra investering in ondersteuning van mantelzorgers. Iedere gemeente zal hier een passende invulling aan gaan geven.

In Bergen op Zoom gaat in 2015 onderzoek worden gedaan naar de invulling van de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers. Hierbij gaan zowel mantelzorgers, organisaties als belangenvertegenwoordigers worden betrokken om te komen tot een passende invulling.
 Zodra de uitkomsten van bovenstaand onderzoek bekend zijn worden de cliënten en mantelzorgers hierover geïnformeerd.
Participatiewet
Vanaf 1 januari 2015 heet de Wet werk en bijstand (WWB) de Participatiewet. En niet alleen de naam verandert. Iedereen die op 31 december 2014 bijstand ontvangt en daar in 2015 ook recht op heeft, kan met de wijzigingen te maken krijgen. Over de belangrijkste wijzigingen leest u hier.
In de Participatiewet komen een aantal nieuwe en aangepaste termen, maatregelen en voorzieningen voor. Dit zijn onder andere:
  • De kostendelersnorm
  • De individuele inkomenstoeslag
  • Strengere maatregelen bij het niet nakomen van de verplichtingen
  • De tegenprestatie
De langdurigheidstoeslag en de categoriale bijzondere bijstand verdwijnen.
Ja, de gemeente houdt de mogelijkheid om nieuwe beschutte werkplekken te realiseren voor mensen met een arbeidshandicap. Deze nieuwe beschutte werkplekken vallen dan niet meer onder de Wsw, maar onder de Participatiewet. De criteria waaraan iemand moet voldoen om in aanmerking te komen voor een beschutte werkplek zijn nu nog niet bekend.
Er is kans dat er iets voor u verandert. In eerste instantie wordt gezamenlijk bekeken welke mogelijkheden u heeft om, eventueel met ondersteuning, aan het werk te gaan. Pas als blijkt dat werk echt niet mogelijk is, wordt bekeken of u recht houdt op een uitkering.
Meer informatie over deze en meer onderwerpen vindt u op http://isdbrabantsewal.rechtopbijstand.nl
Werk bij WSW
Ja. Als u nu (én ook nog op 31 december 2014) in de Wsw werkt, blijft alles hetzelfde. U heeft een indicatie. U blijft gewoon onder de Wsw vallen. En u houdt dus uw baan, in elk geval zolang uw contract loopt.
Die blijven ook hetzelfde. Arbeidsvoorwaarden zijn afspraken in de cao tussen werkgevers en werknemers. Die blijven gewoon zoals die zijn. Ook als u bij een werkgever gedetacheerd bent.
Nee, alles blijft hetzelfde. Ook als u bij UWV langs moet voor een herindicatie, blijft u dat doen.
Nieuwkomers krijgen te maken met de nieuwe wet. Zij kunnen per 1 januari 2015 niet meer instromen in de Wsw. De gemeente heeft andere manieren om hen aan passend werk te helpen.
Dit jaar blijft alles hetzelfde. Bent u na 1 januari 2015 aan de beurt? Dan kunt u niet meer de Wsw instromen. U valt dan onder de Participatiewet. Die geeft de gemeente andere manieren om u naar passend werk te begeleiden.
Ja, dat blijft mogelijk. De gemeente kan u een nieuw dienstverband aanbieden.
Ja, dat kan. De nieuwe wet verandert daar niets aan.
U blijft in dienst bij het sw-bedrijf. Het sw-bedrijf kan u opnieuw bij een andere werkgever detacheren. De gemeente kan u binnen het sw-bedrijf aan de slag helpen of een andere oplossing aanbieden.
De gemeente kan u opnieuw bij een andere werkgever aan de slag helpen. Dit kan weer via begeleid werken. Als dit niet mogelijk is, kan de gemeente u ook binnen een sw-bedrijf aan de slag helpen.
Als u nu al beschut werk doet, kunt u dat gewoon blijven doen, in elk geval zolang uw contract loopt. Bent u een nieuwkomer? De gemeente kan u vanaf 1 januari 2015 een beschutte werkplek aanbieden. Daarvoor is een indicatie van het UWV nodig.
Informatie voor mensen met een Wajong-uitkering is te vinden op de website van UWV: http://www.uwv.nl/vragenwajong.aspx